Het verslag over biotechnologie en voedsel van de Commissie Terlouw zoals aangeboden aan de minster van landbouw bevatte dit artikel namens de Stichting Natuurwetmoeders.

De Natuurwetmoeders

De Natuurwetmoeders zijn opgericht in diverse landen over de wereld en in Nederland zijn zij actief in een stichting sinds 1997. Wereldwijd hebben de Natuurwetmoeders een campagne opgezet om de bevolking te waarschuwen voor de risico’s van genetische manipulatie en het publiek en de politiek te informeren.

De Natuurwetmoeders geven aan dat in het debat tussen voor- en tegenstanders van genetische manipulatie vaak de indruk wordt gewekt dat de argumenten van de voorstanders gebaseerd zijn op wetenschap en de bezwaren van het publiek op emotie. De wetenschappelijke argumenten pro zouden rationeel en degelijk zijn. De bezwaren van het publiek, denkt men, zijn irrationeel en kunnen weggenomen worden als het publiek maar genoeg informatie van biotechnologen of andere wetenschappers krijgt. Volgens de Natuurwetmoeders is het echter noodzakelijk, vóór enige beschouwing van mogelijke voor- en nadelen van toepassingen van genetische manipulatie, een meer fundamentele vraag te beantwoorden, namelijk de vraag of genetische manipulatie een deugdelijke techniek is, gebaseerd op wetenschappelijk verantwoorde kennis.

Het antwoord op deze vraag luidt ‘nee’, zo stellen de Natuurwetmoeders. Onder verwijzing naar een keur aan wetenschappers, concluderen zij dat genetische manipulatie een ‘inherent schadelijke praktijk’ is. “Genetische manipulatie is gebaseerd op genetisch reductionisme, het idee dat elke eigenschap van een organisme ‘gecodeerd’ is in een (of enkele) stabiele genen. Op grond van dit idee gaat men er van uit dat het overbrengen van een gen van het ene organisme naar een ander organisme gelijkstaat aan het ‘toevoegen’ van de ermee verbonden eigenschap aan dat andere organisme.” Dertig jaar genetisch onderzoek hebben dit idee ontkracht. In dit verband verwijzen zij naar onder meer Richard Strohman, emeritus hoogleraar moleculaire- en celbiologie aan de Universiteit van Californië te Berkeley en Stephen Gould, hoogleraar biologie aan de universiteit van Harvard. Laatstgenoemde wordt in de inbreng van de Natuurwetmoeders als volgt geciteerd (New York Times van 19 februari 2001): “Het instorten van het ‘één gen voor één eiwit’-idee en van het idee van één enkele richting voor de stroom oorzaak-gevolg vanuit fundamentele codes die het geheel opbouwen, markeert de mislukking van het reductionisme voor het complexe systeem dat we celbiologie noemen”. Strohman wordt als volgt aangehaald: “Genen bevinden zich in interactieve netwerken met een eigen logica. Genetische manipulatie houdt zich niet met die netwerken bezig. Het houdt zich alleen bezig met genen in afzondering, maar genen bestaan niet in afzondering. […] Het feit dat de industriemensen geen rekening houden met deze netwerken maakt hun wetenschap onvolledig en gevaarlijk”.

De Natuurwetmoeders verwijzen ook naar dr. John Hagelin, een vooraanstaand natuurkundige, die stelt: ‘Ik ben diep bezorgd dat levenswetenschappers genetische-manipulatietechnieken toepassen terwijl zij de lessen van de natuurwetenschappen niet goed hebben begrepen. […] Het is verbijsterend, dat zovele biologen een paradigma van precieze, lineaire, biljartbalachtige voorspelbaarheid trachten op te leggen aan het gedrag van het DNA, terwijl de natuurkunde reeds lang heeft aangetoond dat zulk een paradigma niet thuishoort in het microscopische domein en moleculair biologisch onderzoek nu in toenemende mate bevestigt dat het niet-toepasbaar is op de dynamiek van genomen.’

De Natuurwetmoeders wijzen er op dat een wetenschappelijke evaluatie van de fundamentele aannames die ten grondslag liggen aan de praktijk van genetische manipulatie aan het licht brengt dat deze technologie gebaseerd is op sinds lang achterhaalde inzichten in het functioneren van levende wezens. “Genetische manipulatie is gebaseerd op pseudo-wetenschap. Toepassing van deze achterhaalde kennis veroorzaakt met zekerheid ongewenste neveneffecten. Het is op grond van de huidige kennis niet mogelijk te zeggen welke de (neven)effecten van een bepaalde genetische manipulatie zullen zijn.” Onder verwijzing naar Professor Richard Lacey, microbioloog, arts en hoogleraar in voedselveiligheid aan de universiteit van Leeds, stellen de Natuurwetmoeders daarom dat “de risico’s van consumptie van genetisch gemanipuleerd voedsel voor de volksgezondheid onbegrensd” zijn.

In de praktijk blijkt volgens de Natuurwetmoeders reeds dat de genetische manipulatie van voedingsgewassen leidt tot allerlei problemen. Tussen een- en tweederde van de genetisch gemanipuleerde planten vertoont in de eerste generaties ongewenste mutaties in de zichtbare kenmerken. Ook bij gemanipuleerde gewassen die na vele generaties selecteren en terugkruisen tot de markt zijn toegelaten zijn echter ongewenste afwijkingen in op het oog waarneembare en andere kenmerken vastgesteld. “Deze leveren het praktisch bewijs van de ondeugdelijkheid van genetische manipulatie.” De Natuurwetmoeders concluderen dat genetische manipulatie op grond van wetenschappelijke argumenten en observaties in de praktijk, en met het oog op de voedselveiligheid en de integriteit van organismen en ecosystemen, categorisch moet worden afgewezen.